Bodem omzetten in data, dat is in feite wat er in een bodemlabo gebeurt. Maar niet elk labo hanteert bij zijn metingen dezelfde meetmethoden en -standaarden. De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties wil de monitoring van de bodem wereldwijd harmoniseren. Daarvoor richtte ze een nieuw globaal netwerk op, het Global Soil Laboratory Network. Want adequate monitoring is noodzakelijk om duurzaam bodembeheer te kunnen bevorderen. Ook VITO maakt met haar labo deel uit van dit globale netwerk. En voor België en Luxemburg voerde het al een vergelijkbare harmonisatie-oefening uit.

De wereld kampt momenteel niet alleen met een klimaatcrisis, ook onder onze voeten staan de zaken er niet zo rooskleurig voor. Wereldwijd staan bodems immers onder druk. Liefst een derde van de vruchtbare aardbodem wordt als ‘gedegradeerd’ (aangetast) bestempeld. En dat is problematisch, zeker nu bodems behalve voor landbouw en bebouwing ook worden gebruikt voor klimaat- en biodiversiteitsfuncties.

Ruim tien jaar geleden werd in de schoot van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) daarom het Global Soil Partnership opgericht. Dit wil onder meer landgebruikers en beleidsmakers aanzetten tot een duurzamer beheer van de bodem.

Meetmethodes harmoniseren

Om duurzaam bodembeheer te kunnen bevorderen moet echter eerst de staat van de bodem gekend zijn. En daarom werd in 2017 Glosolan in het leven geroepen, voluit het Global Soil Laboratory Network. ‘Ook voor de bodem geldt: als je het niet kunt meten, kun je het niet beheren’, zegt Kristof Tirez van VITO. ‘Maar verschillende metingen, bijvoorbeeld van bodems op verschillende plekken in de wereld, moeten ook betrouwbaar met elkaar kunnen worden vergeleken. Dat is echter vaak niet mogelijk.’ Tirez verwijst naar een globale kaart van organische koolstof die het Global Soil Partnership enkele jaren geleden samenstelde. ‘Daarop waren grote verschillen tussen landen te zien die zuiver het resultaat waren van verschillende gebruikte meetmethodes. Zoiets is natuurlijk niet werkbaar.’ 

Maar bodemmeetmethodes wereldwijd harmoniseren is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Voor organische koolstof, een cruciale bodemcomponent, zijn er bijvoorbeeld twee populaire methodes: een eenvoudige gebaseerd op chemische oxidatie van een bodemstaal, en een meer complexe gebaseerd op katalytische verbranding van een staal. Waar de eerste vooral gehanteerd wordt in armere landen (er is bijvoorbeeld geen dure apparatuur en zelfs geen elektrische stroom voor nodig) is de tweede vooral populair in geïndustrialiseerde regio’s. Bovendien wordt de eerste methode in Europa ook ontmoedigd doordat hij gebruikmaakt van dichromaat, een toxische en kankerverwekkende stof. 

Binnen Glosolan wordt getracht de bodemmeetmethodes en -data wereldwijd te harmoniseren, voor metingen van organische koolstof maar ook van vele andere bodemparameters. De harmonisatie gebeurt bottom-up, vanuit deelnetwerken van Glosolan. Tirez: ‘Het wereldwijde netwerk is ingedeeld in zeven continentale netwerken. Het netwerk dat voor ons het belangrijkste is, is Eurosolan, dat werd opgericht in 2019 en telt 250 bodemlabo’s uit Europa en Eurazië. Elk van deze labo’s is vertegenwoordigd in dit netwerk, waarbij dan informatie wordt uitgewisseld, bijvoorbeeld over best practices inzake bodemmonitoring.’

Voor eigen deur vegen

In Eurosolan zaten aanvankelijk twee Belgische bodemlabo’s, dat van VITO en dat van Gembloux Agro-Bio Tech (GxABT) van Universiteit van Luik (ULiège), respectievelijk de referentielabo’s voor Vlaanderen en Wallonië. ‘In het kader van een globale harmonisatieoefening vonden we dit echter een vreemde situatie’, vervolgt Tirez. ‘We vonden dat we eerst voor eigen deur moesten vegen, door een harmonisatie op Belgisch niveau te organiseren. En zo zag in 2021 Besolan het licht, een Belgisch netwerk voor bodemmonitoring dat een twintigtal bodemlabo’s telt waaronder die van VITO en GxABT maar ook die van universiteiten, van de Bodemkundige Dienst van België, alsook enkele commerciële labo’s. Het initiatief sloeg aan, en in 2023 sloot ook het Groothertogdom Luxemburg zich bij het netwerk aan. Via Besolan leren bodemexperts elkaar beter kennen, delen ze best practices en informeren ze elkaar over nieuwe ontwikkelingen rond bodemmonitoring. De werking ervan wordt ondersteund vanuit de Vlaamse overheid. 

Tijdens een webinar dat in de zomer van 2023 door Besolan werd georganiseerd, lag de focus op de monitoring van organische koolstof in de bodem. ‘Organische koolstof is van cruciaal belang voor een gezonde bodem’, legt Tirez uit. ‘Het maakt de bodem sponzig zodat hij water kan vasthouden, het zorgt voor bodemleven maar het speelt ook een belangrijke rol in de opslag van CO2.’ Door het gehalte aan organische koolstof te verhogen kunnen bodems gezonder, vruchtbaarder, veerkrachtiger – kortom duurzamer – worden gemaakt. Maar daarvoor moet de aanwezigheid en concentratie van organische koolstof in de bodem dus eerst gekend zijn. Juist daarom werd indertijd door de FAO de globale organische-koolstofkaart samengesteld. 

Bij de FAO wordt gerekend op de inzet van de leden in het Glosolan-netwerk. ‘Het succes ervan staat en valt met de deelname van de leden, die elkaar binnen hun land of regio, of zelfs op wereldschaal ondersteunen om een ​​goed niveau van bodemgegevenskwaliteit te kunnen bereiken’, zegt Filippo Benedetti van de FAO. ‘Experts van Eurosolan hebben bijvoorbeeld bij verschillende gelegenheden bekwaamheidstests georganiseerd in andere delen van de wereld. Daarnaast droegen Europese labo’s als trainers bij aan verschillende webinars over de implementatie van standaardprocedures, over bodemanalyses, kwaliteitscontrole en een gezonde en veilige werkomgeving in het labo.’ 

Ook op Europees vlak is het beleid rond bodem en bodemmonitoring in beweging. In 2023 presenteerde de Europese Commissie, als onderdeel van de Green Deal, de Bodemrichtlijn. Die heeft als doel alle bodems in de EU tegen 2050 weer in gezonde toestand te brengen. Organische koolstof is daarbij een belangrijke parameter, samen met andere zoals waterretentie (het vasthouden van water), zuurtegraad, chemische verontreiniging maar ook bijvoorbeeld bodemverdichting. In navolging van de Europese richtlijn zal begin 2024 ook het Vlaamse Bodemdecreet worden aangepast. 

Ondertussen volgt VITO ook de Europese ontwikkelingen in de harmonisatie van meet- en analysemethodes voor bodem en bodemverbeterende middelen op de voet. Als referentielabo coördineert en faciliteert het de omzetting van Europese standaarden naar Vlaamse referentiemethodes, en zo zorgt ze voor geharmoniseerde bodemdata op alle beleidsniveaus. 

Tot slot doet VITO behalve naar labomethodes voor bodemmonitoring ook onderzoek naar alternatieven. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de inzet van remote sensing, zoals dit al gebeurt in de monitoring van landbouwgewassen. Hier beschikt VITO natuurlijk over veel ervaring. ‘Satellietbeelden bieden een breder perspectief op de bodemstaat’, zegt Anne Gobin van VITO. ‘Metingen in verschillende golflengtes van het lichtspectrum vormen indirecte informatie over eigenschappen van bodems, en dit van de schaal van een veld of akker tot de regionale schaal. De data kunnen worden gebruikt om ruimtelijke variaties in kaart te brengen, waardoor landbouwers en beleidsmakers weloverwogen beslissingen kunnen nemen met betrekking tot duurzaam landgebruik en bodemgezondheid.’

Contact:
+32 14 33 50 36