Water

Draagvlakrapport zet samenwerking en bedrijfsinzet centraal in Vlaams waterbeleid

Vlaanderen staat voor een nieuwe fase in het waterbeleid. De doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn nog niet bereikt, terwijl het derde stroomgebiedbeheerplan eind 2027 afloopt. Het argument ‘uitstel voor het behalen van de doelstellingen’ zoals tot nu kon aangewend worden, is niet langer geldig. De KRW vereist vanaf nu sterkere onderbouwing, grotere doelmatigheid en betere implementatie. Hoog tijd om een versnelling hoger te schakelen dus.

draagvlakrapport 2026
Nieuwsbericht Dirk Halet 17 juni 2026

Om het maatschappelijke draagvlak voor deze strenge aanpak te versterken, richtte de Vlaamse Regering een klankbordgroep op die resulteerde in een reeks Aanbevelingen vanuit het draagvlaktraject rond de stroomgebiedsbeheerplannen. Alleen met sterke partners kan Vlaanderen de wateropgaven versneld realiseren. Er waren verschillende maatschappelijke en economische actoren betrokken, waaronder ABS, Boerenbond, VOKA en UNIZO. Het eindrapport focust daarbij bewust niet op de bekende, uiteenlopende standpunten van die individuele organisaties, maar brengt de pure consensus in kaart. We lichten hier drie belangrijke aanbevelingen meer in detail toe.

Aanbeveling 0: het maatregelenprogramma van SGBP3 uitvoeren

Een eerste prioriteit is de uitvoering van het huidige maatregelenprogramma van stroomgebiedbeheerplan 3 (SGBP3). Volgens de laatst beschikbare gegevens is slechts ongeveer de helft van de maatregelen voor de periode 2022-2027 geïmplementeerd of in uitvoering. Tijdens de toelichting in het Vlaams Parlement op 10 juni gaf minister Brouns aan hierin te willen versnellen. Hij heeft hiertoe de opdracht gegeven aan het CIW om tegen eind deze maand een impulsprogramma uit te werken, met focus op maatregelen die op korte termijn het verschil kunnen maken voor de waterkwaliteit. Daarbij werd onder meer verwezen naar prioritaire rioleringswerken en het bijstellen van lozingsvergunningen voor de industrie.

Aanbeveling 2: beter onderbouwde doelstellingen introduceren als basis voor doelfasering

De betrokken actoren erkennen dat er de voorbije decennia vooruitgang is geboekt in de Vlaamse waterkwaliteit. Tegelijk blijft de kloof met de Europese en de eigen Vlaamse waterdoelstellingen groot. Klimaatverandering, droogte, overstromingsrisico’s, historische verontreiniging en nieuwe zorgwekkende stoffen maken de uitdaging bovendien nog complexer.

Omdat niet alle KRW-doelstellingen in de volgende planperiode voor alle waterlichamen en parameters haalbaar zijn, kiest Vlaanderen voor doelfasering. De consensus is dat die aanpak alleen geloofwaardig is als die juridisch robuust en sterk onderbouwd wordt, iets wat Europa ook verwacht in onze rapportering (zeker na 2027). Er is een grondige analyse nodig van de huidige toestand, een evaluatie van het gevoerde beleid, modellering, kosten-batenanalyse en efficiëntieanalyse om te bepalen welke doelen op welke termijn haalbaar zijn met welke interventies. Daartoe werken de verschillende overheidsinstanties en de kennisinstellingen gecoördineerd samen.

Tegelijk wordt van onze industrie en landbouw verwacht dat zij hun essentiële kennis en gegevens zo transparant mogelijk inbrengen en delen met bv. overheidsinstellingen en kennisinstellingen. Alleen met informatie over technische haalbaarheid, kosten, baten en uitvoeringsrealiteit kan het debat over “haalbaar en betaalbaar” objectiever worden gevoerd.

Meer te weten komen over de achtergrond van het draagvlakrapport of het volledige document nalezen kan hier.

Aanbeveling 11: innovatie inzetten als motor voor een effectiever waterbeleid en waterbeleid als motor voor innovatie.

Het rapport erkent dat Vlaanderen een sterke innovatieregio is, ook op het vlak van water. Kennisinstellingen, agentschappen, bedrijven, technologieontwikkelaars en dienstverleners beschikken niet alleen over kennis, maar ook over potentiële oplossingen om het waterbeleid doelgerichter uit te voeren. Kennis en kunde die we ook internationaal verder kunnen valoriseren.

Het is daarom ook het uitgelezen moment om deze Vlaamse expertise actief te introduceren in de Europese dynamiek rond waterweerbaarheid, bijvoorbeeld via de recent gelanceerde call for evidence voor de toekomstige Europese Water Research and Innovation Strategy, waarvoor je input kan leveren tot 2 augustus 2026

Ook binnen het European Economic and Social Committee (EESC) staat water hoog op de agenda, met deze week o.a. een stemming over de EU-bijdrage aan de UN Water Conference 2026 en de Blue Deal Accelerator, gericht op technologie, vaardigheden, financiering en verstreken van innovatie voor een waterrobuuste toekomst.

De aanbeveling hierrond is concreet: de Vlaamse overheid moet innovatiemiddelen strategischer richten op de wateruitdagingen. Daarvoor moet een actieplan worden opgesteld en uitgevoerd in samenwerking met maatschappelijke actoren (het CIW-platform Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie, sectorfederaties, VITO, onderzoeksinstellingen, Flanders Investment and Trade, innovatie-initiatieven in het middenveld, …). Het concept innovatie wordt hierbij breder ingevuld dan technologie alleen, ook Nature-Based Solutions, brongerichte maatregelen, de ontwikkeling van bio-substituten, beleidsinnovatie, financiële en sociale innovatie (bijvoorbeeld via nieuwe samenwerkingsvormen) krijgen een belangrijke plaats.

De heldere boodschap luidt als volgt: Vlaanderen kan de waterdoelstellingen alleen halen met sterke partners. Voor bedrijven betekent dit een actievere rol in kennisdeling, innovatie en uitvoering. Tegelijk biedt het traject perspectief op een beter onderbouwd en juridisch robuust kader, én op nieuwe kansen om de opgebouwde kennis en kunde rond water (internationaal) te valoriseren. Met ons actieplan en de vier focusdomeinen van het VITO Kennispunt Water willen we samen met bedrijven alvast verder bouwen aan oplossingen voor deze uitdagingen.
 

 

Contactpersoon