Pesticiden in Vlaamse bodem: VITO helpt blinde vlek in bodemkennis verkleinen
Over pesticiden in water en voeding bestaat al heel wat informatie. Maar welke resten blijven achter in onze bodem? Om die kennislacune te verkleinen, onderzocht VITO in opdracht van OVAM 118 bodemstalen op 100 locaties in Vlaanderen. De eerste verkennende meetcampagne biedt nieuwe inzichten in de aanwezigheid van pesticidenresiduen en vormt een vertrekpunt voor gerichtere bodemmonitoring.
Historische pesticiden blijven aanwezig in de bodem
De onderzoekers namen in januari 2026 bodemstalen op landbouwpercelen, in particuliere tuinen, natuurgebieden, openbaar groen en recreatieterreinen. De locaties lagen verspreid over drie regio's met verschillende bodemtypes en landbouwactiviteiten: centraal West-Vlaanderen, de Noorderkempen en Haspengouw.

In 44% van de onderzochte stalen werd minstens één pesticide of afbraakproduct boven de rapportagegrens aangetroffen. Het ging vooral om historische organochloorpesticiden, zoals DDT en afbraakproducten daarvan. Hoewel deze stoffen al lange tijd niet meer worden gebruikt, kunnen ze door hun persistente karakter nog jarenlang in de bodem aanwezig blijven.
Actuele pesticiden werden minder vaak aangetroffen. De staalnames vonden bewust buiten het groeiseizoen plaats, om vooral langer aanwezige residuen in beeld te brengen.
Van pesticidenmetingen naar gezondheidsrisico's
Meten welke stoffen aanwezig zijn, is de eerste stap. Maar wat betekenen de gemeten concentraties voor de gezondheid?
Voor pesticiden in bodem bestaan geen algemene Vlaamse bodemsaneringsnormen. Daarom stelde VITO indicatieve toetsingswaarden op voor historische organochloorpesticiden. Door de expertise van bodemonderzoekers te combineren met die de VITO-afdeling gezondheidsonderzoek konden ook mogelijke gezondheidsrisico's worden geëvalueerd.
De resultaten zijn overwegend geruststellend. In vier particuliere tuinen werden wel overschrijdingen vastgesteld in scenario's waarbij eieren van eigen kippen zouden worden geconsumeerd.
Deze bevindingen onderstrepen waarom naast de aanwezigheid van een stof ook mogelijke blootstellingsroutes belangrijk zijn bij de beoordeling van bodemverontreiniging.
Naar een bredere kijk op bodemkwaliteit
De studie past binnen een bredere evolutie in het bodemonderzoek. Naast klassieke bodemverontreiniging groeit op Vlaams en Europees niveau de aandacht voor diffuse verontreiniging, minder goed gekende stoffen en monitoring van de algemene bodemgezondheid.
VITO ondersteunt overheden zoals OVAM en de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) al jarenlang met wetenschappelijke expertise rond bodem- en waterkwaliteit. Die kennis helpt om meetresultaten te interpreteren, mogelijke risico's te beoordelen en onderzoeks- en monitoringsstrategieën te onderbouwen.
De resultaten van deze eerste verkennende campagne tonen waar verder onderzoek zinvol kan zijn. Het onderzoeksrapport beveelt onder meer gerichte opvolging van particuliere tuinen aan. Ook historische verontreiniging, blootstellingsrisico's en mogelijke verspreiding via grondverzet verdienen verdere aandacht.
Zo draagt VITO bij aan een beter onderbouwde opvolging van bodemkwaliteit, met aandacht voor zowel het milieu als de menselijke gezondheid.
Lees de resultaten van de studie in het persbericht van OVAM.