Energie Klimaat

Klimaatneutraal tegen 2050: Nieuwe PATHS2050-analyses tonen hoe België zijn afhankelijkheid van energie-import bijna kan halveren

België kan zijn afhankelijkheid van energie-invoer in een klimaatneutraal scenario afbouwen van ongeveer 75% vandaag tot ongeveer 40% in 2050. Dat blijkt uit nieuwe PATHS2050-analyses van VITO binnen EnergyVille. In een wereld van energie-onzekerheid, druk op de Europese industrie en vertragingen in cruciale infrastructuur tonen die analyses waar ons land nu moet schakelen om tegelijk de uitstoot te verlagen, de transitiekosten beter te beheersen en het energiesysteem weerbaarder te maken.

LNG tanker
Nieuwsbericht Sebastien Rousseau 12 mei 2026

De koers ligt vast, de context is veranderd 

Vier nieuwe analyses kwamen tot stand binnen de PATHS2050 Coalitie*, waarin VITO/EnergyVille de krachten bundelt met negen toonaangevende industriële en energiepartners. Samen bouwen zij verder op de PATHS2050-studie van 2025, die in detail in kaart bracht hoe België klimaatneutraal kan worden tegen 2050. Die studie maakte duidelijk dat elektrificatie de ruggengraat vormt van de transitie, met een centrale rol voor hernieuwbare stroom, sterkere netten en een doordachte inzet van nieuwe nucleaire productie binnen een geïntegreerd energiesysteem, waarin schone moleculen en koolstofafvang en ‑opslag (CCS) fungeren als noodzakelijke bouwstenen om industriële activiteit in België te behouden en tegelijk de uitstoot aanzienlijk te verminderen. 

Sindsdien is de context scherper geworden. Geopolitieke spanningen, druk op de Europese industrie, zorgen over energiezekerheid en vertragingen in cruciale infrastructuur maken de vraag urgenter hoe België die koers kan vasthouden. De nieuwe analyses maken duidelijk waar de route vandaag onder druk komt en waar versnelling het verschil maakt. 

Concreet zoomen ze in op vragen die intussen heel tastbaar zijn geworden. Wat gebeurt er als offshore wind vertraging oploopt. Wat als CO2-afvang en -opslag te traag op gang komt. Welke rol kunnen schone moleculen echt spelen. En wat verandert er als België in 2050 niet uitkomt op een volledige CO2-reductie, maar op 90 of 95% CO2-reductie. Samen brengen de analyses in beeld waar vandaag de grootste hefbomen en risico’s liggen.

Offshore wind sneller uitrollen 

De analyse rond offshore wind laat zien wat vertraging in de praktijk betekent. Als de Princess Elisabeth Zone pas tegen 2035 volledig operationeel is, mist België in 2030 ongeveer 12 TWh aan offshore windproductie. Dat gat wordt dan vooral opgevuld met extra gascentrales, meer elektriciteitsimport en bijkomende zonneproductie. 

De gevolgen zijn voelbaar. De CO2-uitstoot bij de productie van elektriciteit stijgt in 2030 met ongeveer 2 miljoen ton. Tegelijk loopt de elektriciteitsfactuur voor huishoudens en bedrijven tijdelijk met 4 tot 7% op, goed voor €200-400 miljoen extra in dat jaar. Snelle uitrol van offshore wind is dus veel meer dan een klimaatverhaal. Het gaat ook over minder gasverbruik, minder prijsschokken en minder geld dat via energie-invoer het land verlaat.

CO2-infrastructuur tijdig uitbouwen 

Een tweede analyse focust op CO2-afvang en -opslag (CCS of Carbon Capture and Storage). Voor sectoren zoals ammoniak, cement, staal, chemie en raffinage is dat geen bijkomstigheid, maar een noodzakelijke schakel om industriële activiteit in België te behouden en tegelijk de uitstoot sterk te verlagen. 

Ook hier is timing cruciaal. Wanneer de toegang tot CO2-opslag sterk beperkt blijft, kunnen de  jaarlijkse systeemkosten in 2050 stijgen met ongeveer €3,5 miljard. Vroeg investeren in CO2-afvang en -opslag helpt dus niet alleen om emissies te verlagen, maar voorkomt ook dat later duurdere en minder efficiënte oplossingen nodig worden. Volgens de analyse kan CCS al vanaf 2030 een rol spelen met zo’n 2 miljoen ton CO2-reductie in sectoren zoals chemie (ammoniak, ethyleenoxide), cement en staal. 

Schone moleculen gericht inzetten 

De derde analyse maakt duidelijk dat schone moleculen breder zijn dan waterstof alleen. Voor gebouwen, wegverkeer en lage temperatuurwarmte blijft rechtstreekse elektrificatie meestal de beste keuze. Maar voor luchtvaart, scheepvaart en moeilijk te elektrificeren industrie blijven schone moleculen onmisbaar. 

Daarbij gaat het niet alleen om waterstof, maar ook om andere afgeleide brandstoffen. Onder de huidige regelgeving, zoals RED III met opgelegde doelen voor de inzet van groene waterstof, zal België sterk afhankelijk zijn van de import van schone moleculen. 

De studie wijst ook op het potentieel voor binnenlandse productie van koolstofarme waterstof in België, met regelgevende flexibiliteit als belangrijke hefboom. Als de huidige groene waterstofvereisten (conform RED III) in de industrie worden versoepeld, kan de binnenlandse productie van blauwe waterstof stijgen van 4,1 naar 22,3 TWh tegen 2050. Dat levert naar schatting ongeveer €250 miljoen per jaar besparing op systeemniveau op. Blauwe waterstof is waterstof geproduceerd door het kraken van aardgas, waarbij de vrijgekomen CO2 emissies worden afgevangen en opgeslagen (CCS).

Laatste stap vraagt grootste inspanning 

De vierde analyse verkent wat het betekent als België in 2050 niet op een volledige CO2-reductie binnen België zelf uitkomt, maar op een lager reductieniveau. De opvallendste vaststelling is dat de agenda voor de komende jaren nauwelijks verandert. Meer hernieuwbare stroom, elektrificatie, sterkere netten, schone moleculen en CO2-infrastructuur blijven in alle gevallen noodzakelijke en kostenefficiënte oplossingen. 

Het verschil zit vooral in de laatste stap. Bij 90% CO2-reductie lopen de jaarlijkse systeemkosten in 2050 op met ongeveer €7,3 miljard tegenover een basisscenario met een CO2-prijs van €100 per ton. De analyses tonen tegelijk dat de extra kosten verder toenemen naarmate België dichter bij klimaatneutraliteit komt. De overgang van 90 naar 95% reductie kost ongeveer €1,7 miljard per jaar extra, en de stap van 95% naar koolstofneutraliteit nog eens ongeveer €2 miljard per jaar. Die bijkomende kosten situeren zich vooral na 2045, terwijl de voordelen van elektrificatie en minder energie-invoer al eerder zichtbaar worden.  

Zo laten de analyses zien dat de energie-importafhankelijkheid daalt van ongeveer 75% vandaag naar 45% bij 90% CO2-reductie, en verder naar ongeveer 40% in een koolstofneutraal scenario. Die daling komt door efficiëntiewinsten, elektrificatie en de afbouw van fossiele invoer. België wekt in dat scenario immers zelf meer klimaatneutrale energie op. Maar ook dan blijft ons land energie invoeren voor toepassingen zoals internationaal transport waar schone moleculen een rol spelen. 

België kan zijn afhankelijkheid van energie-import bijna halveren

Versnellen zonder van richting te veranderen 

Samen geven de nieuwe analyses een helder signaal. België hoeft zijn richting niet te herzien, maar moet wel sneller en gerichter bouwen aan de randvoorwaarden van een klimaatneutraal energiesysteem. Offshore wind versnellen. Elektrificatie verder uitrollen. CO2-infrastructuur tijdig uitbouwen. En schone moleculen inzetten waar ze echt nodig zijn. 

Zo kan ons land niet alleen zijn klimaatdoelen dichterbij brengen, maar ook zijn industrie versterken, de kosten van de transitie beter beheersen en zich minder kwetsbaar maken voor schokken van buitenaf. 

"Onze analyses tonen dat klimaatneutraliteit ook een verhaal van weerbaarheid is. Als België sneller schakelt in offshore wind, schone moleculen, CO2-afvang en -opslag kan het zijn uitstoot verlagen, de kosten van de transitie beter beheersen én zijn afhankelijkheid van energie-invoer sterk afbouwen. In een wereld van geopolitieke spanningen en energie-onzekerheid is dat een strategische noodzaak”, 

- Pieter Lodewijks, energie-expert en Programme Manager bij VITO/EnergyVille.

Wil je meer weten? 

Bekijk onze uitgebreide bevindingen op de PATHS2050 website. De studies en analyses van PATHS2050 presenteren scenario’s, geen voorspellingen. Ze tonen mogelijke routes richting klimaatneutraliteit op basis van de meest recente data en modelanalyses voor België, en maken zichtbaar hoe beleidskeuzes en investeringen het energiesysteem kunnen sturen.

Over PATHS2050 en de PATHS2050 Coalitie

Ons PATHS2050 Platform is ontwikkeld met input van meer dan 200 EnergyVille-onderzoekers van KU Leuven, VITO, imec en UHasselt. Het presenteert de resultaten van onze volledige systeemoptimalisatiestudies, met scenario’s voor een reeks sectoren.  

VITO sloeg vervolgens de handen in elkaar met negen toonaangevende industriële en energiebedrijven die zich engageren voor een klimaatneutraal en economisch sterk België tegen 2050. Samen met VITO vormen ArcelorMittal, BASF, Elia, Engie, Fluxys, Holcim, Luminus, Otary en SCK CEN de PATHS2050 Coalitie. De coalitie wisselt inzichten uit en toetst kritisch hoe het toekomstige Belgische energiesysteem eruit kan zien als we tegen 2050 netto nul broeikasgasemissies willen bereiken.

PATHS2050
Contactpersoon