Een duurzame transitie in de polders vereist inzicht in het systeem
In een vorige bijdrage over WIJ-Water en de transitie in de polders werd de historiek van het Leopoldkanaal geschetst en hoe met zijn rol geëxperimenteerd wordt in deze verandering van tijdperk. Die experimenten zijn waardevol om te bekijken of we op die manier meer water in de polders kunnen vasthouden en welke neveneffecten dat heeft. Want toekomstbestendige polders vereisen meer dan een hoger peil in de kanalen.
Het hydraulische systeem van de polders werd opgezet tegen een totaal verschillende achtergrond dan die van vandaag en verschilt nog meer met die van morgen. Zoals het een goede Vlaming betaamt, werd een bestaand systeem in de loop van de eeuwen voorzien van de nodige koterijen.
Ondertussen zijn daarbinnen zoveel processen afhankelijk van elkaar dat het overschrijden van een specifieke grens (tipping point) wel eens totaal onverwacht gedrag van dat systeem kan veroorzaken. Het woord is eruit: een systeem.
Wat is een systeem?
Een systeem is een onderling verbonden verzameling elementen, zodanig georganiseerd dat het geheel samenhang heeft en iets bereikt.
Wat is systeemdenken?
Systeemdenken is dan het begrijpen van de onderlinge samenhang tussen onderdelen van een systeem in plaats van de losse elementen. Zo verschilt systeemdenken van een klassieke probleemoplossing: de focus ligt op interacties en feedback, niet op afzonderlijke factoren (Meadows, 2022).
Het hydraulische systeem: water en zwaartekracht
In de polders die doorgesneden worden door het Leopoldkanaal zijn er tig waterlopen met welluidende micro-toponiemen die verbonden zijn met dat kanaal. Hun namen beginnen vaak met waar ze vandaan komen en eindigen meestal op -gracht, -beek, -vaart of -watergang. Fysiek eindigen ze op een of andere manier in het Leopoldkanaal via een doorsteek in de dijk. Het peil in het Leopoldkanaal ligt lager dan dat van die waterlopen. Daardoor kan het water dat uit de lucht valt weg uit de polders, want. water beweegt zich altijd naar het laagste punt. Wie het anders wil, moet extra energie inzetten - zoals de eigenaars van de verschillende pompgemalen wel weten als ze de jaarlijkse afrekening van de energiefactuur ontvangen. Het experiment bij droogte is dan om diezelfde natuurwet te gebruiken, maar gewoon hoog en laag om te keren door het peil van het Leopoldkanaal te verhogen. Zo kan water uit het Leopoldkanaal terugstromen naar de polders via al die polderwaterlopen en drogen de landbouwbodems en de natte natuurgebieden niet uit.
Links: de polders worden gedraineerd via het Leopoldkanaal. Rechts: meer water vasthouden in de polders bij droogte.
Een complex watersysteem
Het Leopoldkanaal ligt daar niet op zijn eentje te blinken en is niet zomaar op één, twee, drie geregeld. Vanaf Strobrugge in Maldegem ligt er nog een tweede kanaal onafscheidelijk naast dat Leopoldkanaal, het Schipdonkkanaal. Vroeger lag dat daar te stinken. Dat zogenaamde afleidingskanaal van de Leie werd in dezelfde periode gegraven als het Leopoldkanaal om Gent te vrijwaren van het vervuilde water dat van de vlasindustrie rond Kortrijk kwam.
Over een afstand van 56km verbindt het de Leie in Deinze met Heist/Zeebrugge zodat dat water zonder al te veel geurhinder snel naar de zee kon. Samen vormen die twee kanalen een van de hydrologisch ingrijpendste hertekeningen van Vlaanderen.
En ingrijpen voor de toekomst was nodig. Toen was er geen mobiliteitsplan om onder andere luchtvervuiling tegen te gaan, maar een waterbouwkundig visionair plan om de Gentse neuzekes te ontzien van een zure, ranzige rottingsgeur: een mengeling van stinkvoeten, rotte eieren, plantmateriaal en vis.
De écht kortetermijnoplossing bestond uit twee cuberdons: eentje voor elk neusgat. Gelukkig kwam er een iets-langere-termijn-visie en nam de jonge natiestaat de schop in de hand voor nóg een kanaal.
Het systeemarchetype ‘probleemafwenteling’ (shifting the burden)
Hier maken we even een kort zijsprongetje waarin we je even willen laten proeven van het concept systeemdenken en een methode van systeemdenken die het Nexusteam bij VITO inzet om de transitie naar een duurzame toekomst mee te helpen versnellen: de verbandenkaarten of Causal Loop Diagrams die ons helpen om systemen beter te begrijpen.
Dat Schipdonkkanaal is een schoolvoorbeeld van het systeemarchetype ‘probleemafwenteling’ (shifting the burden): een symptoombestrijding die ertoe leidt dat een structurelere aanpak verdrongen wordt. De vervuiling die de vlasindustrie veroorzaakte, had de kanarie in de koolmijn moeten zijn voor de toestand van die nijverheid. Of eigenlijk geen kanariegetwitter, maar eerder een Silent Spring, een doodse stilte in de lente. Die kanarie van een falend systeem is de aantasting van ons milieu al vaak genoeg. Je kan er prat op gaan dat als onze omgeving ergens onder leidt, het vroeg of laat met het systeem en wijzelf ook zo zal vergaan. Want er is geen verschil tussen ons en de omgeving of de natuur.
In die tijd werd de oorzaak van al die vuile troep niet structureel aangepakt, en was er dus tunnelvisie of pad-afhankelijkheid (lock-in): te weinig innovatie en te weinig aandacht voor de sociale realiteit. De vlasindustrie leerde onvoldoende omgaan met sociale, economische en ecologische grenzen. Er werd onvoldoende gewerkt aan de verduurzaming en het toekomstbestendiger maken van die nijverheid. Uiteindelijk werd het de ondergang van de vlasnijverheid zelf.
In het metier van verbandenkaarten of CLD’s onderscheidt men grosso modo een tiental archetypes (oermodellen) van hoe systemen zich algemeen gedragen. Een daarvan is ’probleemafwenteling’ en het verhaal van de vlasnijverheid past daarin. Hier is het archetype in zijn puurste vorm weergegeven:
Eens je dit mechanisme doorhebt, zie je het overal: in het aanleggen van extra rijvakken om files tegen te gaan, het zetten van airco’s om hitte-eilandeffecten het hoofd te bieden en waarschijnlijk straks ook bij veel droogtemaatregelen. Wij pakken het dus anders aan: we willen de polders toekomstbestendig maken, en niet enkel de droogte oplossen.
En de vlasnijverheid? Uiteindelijk is de ondergang daarvan er toch gekomen door een samenspel van factoren waarin het verbod op waterroten slechts een beperkte factor is. Globalisering, substitutie, schaalproblemen, maar ook die pad-afhankelijkheid van waterroten in de Leie zelf zorgden ervoor dat de toenmalige oplossing er nog ligt, maar het probleem niet meer is. Of toch niet meer dat oorspronkelijke probleem, want het Schipdonkkanaal heeft nog altijd de functie van een strategische veiligheidsklep: het laat Vlaanderen toe om bij piekdebieten of kwaliteitsproblemen (pollution bypass) water gecontroleerd uit het Leiesysteem te verwijderen. Dat is een emergente herbestemming, geen bewijs van de structurele juistheid van de oorspronkelijke ingreep.
En zo liggen daar dus twee kanalen mooi naast elkaar vanaf Strobrugge: het ene tegen malaria, het andere tegen cholera. Den Blinker en de Stinker typeren vandaag samen het polderlandschap met hun populierenrijen. Vandaag blinken ze allebei, maar helemaal proper zijn ze ook niet. Want wat we op onze landbouwbodems gooien en door onze rioleringen jagen, doet geen goed aan de waterkwaliteit. En omdat de kanalen in verbinding staan met de zee, moeten we er daarenboven steeds op letten dat ze niet te veel zoutwater binnenkrijgen wat ook weer nefast kan zijn voor onze bodems en wat we daar vandaag van verwachten.
Het Schipdonkkanaal vormt door zijn hogere bedding een hindernis voor de waterlopen die vanuit het Zuiden aantakken aan het Leopoldkanaal waarin ze hun water moeten kunnen afvoeren. Maar liefst acht sifons die onder dat afleidingskanaal doorgaan verzekeren de verbinding naar het Leopoldkanaal. Sifons? Jawel, sifons. Zoals aan je wastafel thuis. Daarnaast zijn er ook stuwen waarmee de waterpeilen in de waterlopen geregeld worden en die zo een spel spelen met de zwaartekracht. Wat een kluwen!
De weg van het grondwater
Tot hier ging het enkel nog over oppervlaktewater, het water dat we kunnen zien. Maar finaal gaat het om het water dat we niet kunnen zien, of slechts soms, wanneer het uit de bodem loopt bij drainages of door kwel. En het is net dat water dat bepaalt welke teelten en natuurlijke ecosystemen mogelijk zijn: het grondwater. Door allerlei herstellingswerken aan de harde infrastructuur van dit complexe watersysteem staat het peil in het Schipdonkkanaal over het algemeen zo’n 2 meter lager dan gewoonlijk. Daardoor heeft het een drainerend effect op die polders die een poreuze, zandige bodem hebben. Zo sijpelt het grondwater uit de polders die hoger liggen tot in het Schipdonkkanaal. Dus, terwijl er oppervlaktewater afgevoerd wordt via het Leopoldkanaal, trekt het Schipdonkkanaal óók nog eens water weg, maar dan ondergronds.
Links: normaal peil in het Schipdonkkanaal. Rechts: lager-dan-normaal-peil in het Schipdonkkanaal dat daardoor water aan de omgeving onttrekt.
De kracht van samenhang
Er speelt dus heel wat en je moet vele verschillende expertises inzetten om het systeem in kaart te brengen: niet enkel het fysische, maar ook het historische, het institutionele en het menselijke. Maar nog belangrijker zijn de relaties tussen al die elementen in het systeem, want die geven ons pas echt inzicht.
In een volgende bijdrage gaan we dieper in op wat we allemaal nog in kaart brengen en hoe we dat doen: fysische modellen en het betrekken van belanghebbenden, en zo dus naast Artificial Intelligence, ook Human Intelligence!