Hoe zeldzaam is een hittegolf van 12 dagen? En hoe vaak zullen we er in de toekomst mee te maken krijgen?
De hittegolf die begon op 17 juni heeft 12 dagen geduurd, met maxima die in het oosten van het land lokaal zijn opgelopen tot meer dan 40 graden. Niet alleen is dit een vroege hittegolf; ze is ook uitzonderlijk lang. Maar hoe zeldzaam is zo'n hittegolf van 12 dagen eigenlijk? En wat mogen we in de toekomst verwachten? Klimaatwetenschappers van het Vlaamse onderzoekscentrum VITO analyseerden de gegevens en de conclusie is duidelijk: de kans op een hittegolf van minstens 12 aaneengesloten dagen is klein, maar al vijfmaal zo groot als in de jaren tachtig.
"Hittegolf blijft nog aan": KMI luidt de alarmbel
Het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) sloeg afgelopen week alarm: de hittegolf houdt de komende dagen aan, met maxima boven 35 graden op vele plaatsen en plaatselijk tot 40 graden in het oosten van het land. Ook de alarmfase van het Ozon- en Hitteplan, geactiveerd door de FOD Volksgezondheid, werd actief. Nachttemperaturen blijven hoog, vooral in de steden.
Een hittegolf, zo definieert het KMI (Koninklijk Meteorologisch Instituut), bestaat uit minstens 5 opeenvolgende dagen waarop de maximumtemperatuur 25 graden of meer bereikt, waarvan 3 dagen boven de 30 graden. De afgelopen hittegolf is gestart op 17 juni en heeft precies 12 dagen geduurd. Zo'n lange hittegolven zijn vrij uitzonderlijk.
Maar hoe zeldzaam is een hittegolf van minstens 12 aaneengesloten dagen eigenlijk? En hoe snel verandert dat met het opwarmend klimaat?
Wat zeggen de metingen in Ukkel?
Een temperatuurreeks van het KMI-station te Ukkel laat zien hoe uitzonderlijk hittegolven van minstens 12 aaneengesloten dagen in ons land zijn.
Sinds 1975 werden in Ukkel nog maar zes hittegolven van minstens 12 aaneengesloten dagen waargenomen, met name in 1975 (12 dagen), 1976 (17 dagen), 1997 (17 dagen), 2003 (13 dagen), 2006 (16 dagen) en 2020 (12 dagen).
De lopende hittegolf van 2026 is dus naar verwachting pas de zevende langdurige hittegolf (≥12 dagen) in meer dan 50 jaar meting. Dat stemt overeen met een gemiddeld terugkeerinterval van ongeveer eens per 7 jaar — zeldzaam, maar niet onmogelijk.
Vroeger: eens in de 30 jaar
Met behulp van een groot aantal realisaties van CMIP6-klimaatmodellen (de meest recente generatie klimaatprojecties van wetenschappers wereldwijd) en een langetermijnanalyse van dagelijkse maximumtemperaturen heeft een team klimaatwetenschappers van VITO berekend wat de jaarlijkse kans was op minstens één hittegolf per jaar van minstens 12 aaneengesloten dagen boven België.
Het antwoord voor de jaren tachtig: ongeveer 3% per jaar. Dat is heel klein en betekent dat zo'n langdurige hittegolf gemiddeld maar eens in de 30 jaar voorkwam.
Nu: de kans is al vervijfvoudigd
Vandaag liggen die kansen al beduidend hoger. De kans op een langdurige hittegolf van minstens 12 dagen is al vervijfvoudigd ten opzichte van de jaren tachtig, tot gemiddeld eens in de zeven jaar.
De metingen in Ukkel bevestigen dat de opwarming al een reëel effect heeft: zeven langdurige hittegolven in 51 jaar (1975–2026) correspondeert met gemiddeld één per zeven jaar, ofwel zo'n 14% per jaar. Dat ligt beduidend hoger dan de 3% van de jaren tachtig, en leunt aan tegen de huidige modelschatting van 15%.
Merk op: deze analyse gaat over hittegolven van minstens 12 aaneengesloten dagen. De huidige hittegolf in juni 2026 is hiervan een voorbeeld. Een kortere hittegolf (5-12 dagen, die voldoet aan de minimale KMI-definitie) komt aanzienlijk vaker voor.
De grafiek: van zeldzaam naar regelmatig
De onderstaande grafiek toont de jaarlijkse kans op een langdurige hittegolf (minstens 12 dagen) voor elk van de drie scenario's, met een kleurenschaal die de piektemperatuur tijdens hittegolfperiodes weergeeft, uitgedrukt als de maximale dagelijkse maximumtemperatuur over een 30-jarig venster. De stippellijn markeert het jaar 2026, de grens tussen het verleden en de projecties. De strip onderaan toont de waargenomen hittegolfgebeurtenissen in Ukkel (rood: ≥12 dagen, grijs: 5-11 dagen).
Figuur: Jaarlijkse kans op minstens één hittegolf van minstens 12 aaneengesloten dagen boven België, berekend via een ensemble van tientallen CMIP6-modelruns en een 30-jarig voortschrijdend gemiddelde. De kleur geeft de maximale dagelijkse maximumtemperatuur tijdens hittegolfperiodes aan (maximum over het 30-jarig venster). De stippellijn markeert 2026. De markers onderaan tonen waargenomen hittegolfgebeurtenissen in Ukkel (KMI-data; rood = ≥12 dagen, grijs = 5–11 dagen).
De grafiek maakt meteen duidelijk dat de scenario's na 2030 sterk uiteenlopen. Onder het meest optimistische scenario (SSP1-2.6) stabiliseert de kans op een langdurige hittegolf na 2060 op zo'n 26 procent, statistisch gezien eens in de vier jaar. Onder het middelste scenario (SSP2-4.5) loopt die kans aan het einde van de eeuw op tot bijna 47 procent, statistisch gezien een langdurige hittegolf bijna eens in de twee jaar.
Het bovenste scenario (SSP3-7.0) schetst een somberder beeld: tegen 2085 loopt de kans op tot boven 67 procent, ofwel twee op drie jaar een hittegolf van minstens 12 dagen.
Maar de boodschap is niet: "het valt dan wel mee"
De middelste en bovenste scenario's schilderen al een wereld waarin langdurige hittegolven geen zeldzaamheid meer zijn. Zelfs onder SSP2-4.5, het middelste scenario, spreken we over een terugkerend fenomeen bijna eens in de twee jaar. SSP3-7.0, het scenario dat beter aansluit bij de huidige beleidsengagementen van veel landen, leidt tot twee op de drie jaar. Beide scenario's behoren nog steeds tot de reële uitkomsten voor de toekomst.
We zitten vandaag al na het punt van geen terugkeer. De opwarming die tot nu toe heeft plaatsgevonden, is ingebakken in het systeem. Maar wat er nu nog kan worden gewonnen — en wat er nog kan worden verloren — hangt volledig af van de keuzes die de komende decennia worden gemaakt.
Twee actiepunten
We kunnen twee dingen doen om de risico's van de toenemende hittegolven te verminderen:
- De uitstoot van broeikasgas verder verminderen: zo snel als technisch en economisch haalbaar, om de opwarming te beperken. Dit betekent de overgang naar hernieuwbare energie doorzetten, het rijden op fossiele brandstoffen uitfaseren, en de industrie verder verduurzamen. Elke tiende van een graad minder opwarming telt.
- Ons aanpassen aan de al onvermijdelijke opwarming: meer groen en water in steden om het hitte-eilandeffect te verminderen, betere hitteplannen voor kwetsbare groepen, en bouwvoorschriften die rekening houden met hogere temperaturen.
En nu? De hittegolf van 2026
De realiteit van vandaag is heel concreet: een hittegolf van minstens 12 dagen, met temperaturen die lokaal tot 40 graden oplopen, al vroeg in de zomer. Dit is naar verwachting pas de zevende langdurige hittegolf (≥12 dagen) die sinds 1975 gemeten werd in Ukkel . Wat vroeger eens in de 30 jaar voorkwam, is nu al eens in de zevenjaar. Zonder verdere aanpassing van beleid én leefomgeving wordt het twee op drie jaar.
Wat kunnen we doen? Adaptatie-oplossingen van VITO
Hittegolven vermijden is voor een groot deel niet meer mogelijk, want de opwarming van de afgelopen decennia is ingebakken in het systeem. Maar we kunnen onze steden, gebouwen en openbare ruimtes zo aanpassen dat mensen beter beschermd zijn tegen extreme hitte. VITO ontwikkelt daarvoor concrete oplossingen, op verschillende schaalniveaus.
Gebouwen koelen zonder extra energie is één van de grootste uitdagingen. De meeste Belgische woningen zijn gebouwd zonder rekening te houden met zomerse hitte. VITO onderzoekt hoe slimme isolatie, zonnewering en passieve koeling (zoals nachtventilatie en thermische massa) de binnentemperatuur kunnen drukken zonder het stroomverbruik te verhogen. Een goed ontworpen gebouwschil die de zomerhitte buitenhoudt, is bovendien ook in de winter energiezuiniger: minder koelen in de zomer betekent minder piekbelasting op het elektriciteitsnet.
Groene en blauwe infrastructuur in steden is minstens even belangrijk. Bomen, groendaken, waterfonteinen en groene gevels verlagen de gevoelstemperatuur in steden met meerdere graden. VITO werkt samen met steden en gemeenten aan hittestresskaarten (kaarten die exact in beeld brengen waar de hitte het hardst toeslaat) en aan gerichte maatregelenpakketten op wijk- en straatniveau. Stedelijk groen, schaduw en water zijn de simpelste en meest effectieve wapens tegen stedelijke hitte. Slim stadsbeheer (de juiste boomsoorten op de juiste plaatsen, waterdoorlaatbare bestrating, koele pleinen) maakt een tastbaar verschil voor bewoners.
Kwetsbare groepen beschermen vereist ook betere hitteplannen en slimmere monitoring. Ouderen, mensen met een chronische aandoening, en mensen zonder airconditioning of groene buurt lopen het grootste risico. VITO helpt lokale besturen bij het in kaart brengen van kwetsbare bevolkingsgroepen en bij het opzetten van vroegtijdige waarschuwingssystemen die levens kunnen redden.
De hittegolf van 2026 is een herinnering dat klimaatadaptatie geen toekomstig probleem is: het is een taak voor vandaag.
Methodologische noot: De getoonde kansen zijn berekend op basis van de klimaatreconstructie ERA-5 van de Copernicus Climate Service en een ensemble van 38 CMIP6-modelruns (o.a. EC-Earth3, IPSL-CM6A-LR, MPI-ESM1-2-HR) gebruikt door het IPCC. De indicator meet de jaarlijkse kans op minstens één aaneengesloten periode van 14 of meer dagen met een dagelijkse maximumtemperatuur ≥ 25°C, waarvan minstens 3 dagen met een dagelijkse maximumtemperatuur ≥ 30°C, in het volledig jaar boven België. De weergegeven kansen zijn 30-jarige voortschrijdende gemiddelden per jaar. De getoonde temperatuur (kleurschaal) is de maximale dagelijkse maximumtemperatuur tijdens hittegolfperiodes, uitgedrukt als het maximum over het 30-jarig venster. De Ukkel-waarnemingen omvatten dagelijkse maximumtemperaturen beschikbaar vanaf 1833.
*Bronnen: klimaatmodellen van het Climate Model Intercomparison Project fase 6 (CMIP6) in combinatie met ERA5-reanalyse van Copernicus Climate Change Service (C3S); KMI-hittegolfdefinitie.