VITO speelt een belangrijke rol in de monitoring van de vervuiling met PFAS in en rond Zwijndrecht. Dat ze in de lente van vorig jaar meteen kon overgaan tot bodem-, water- én bloedanalyses, dankt VITO aan haar jarenlange expertise in de monitoring van de bredere PFAS-familie.

'Forever chemicals'

Toen in de lente van 2021 bekend raakte dat er bijzonder hoge waarden van PFOS in de bodem rond de fabriek van 3M in Zwijndrecht zitten, hadden weinigen al gehoord van deze chemische stof. En nauwelijks iemand wist dat ze deel uitmaakt van een heel grote familie die PFAS wordt genoemd en die – sinds vorig jaar – ook wel als ‘forever chemicals’ wordt omschreven. De benaming geeft aan waarom vele stoffen uit deze familie zo problematisch zijn eens ze in het milieu terechtkomen: ze zijn nauwelijks afbreekbaar en blijven daardoor heel lang in het milieu zitten, waar ze zich dus kunnen opstapelen en tot nadelige effecten kunnen leiden na langdurige blootstelling.

Nood aan verschillende meet- en analysemethoden

Bij VITO zijn PFOS en PFAS al veel langer bekend. ‘De eerste opdrachten waarbij een specifieke methodiek werd ontwikkeld om PFAS te meten, dateren al van begin jaren 2000’, zegt Griet Jacobs van VITO. ‘Daardoor beschikten we vorig jaar, toen de vervuiling bekend raakte, al meteen over heel wat methoden om PFAS te monitoren in bodem, water, bloed en nog in vele andere matrices. Het was een groot voordeel dat veel methoden al op punt stonden. Enkele waren bovendien ook al uitvoerig gevalideerd en geaccrediteerd door het nationale accreditatieorgaan BELAC (ISO17025).’

De ontwikkeling en validatie van nieuwe meet- en analysemethoden is afhankelijk van de Vlaamse milieuwetgeving. ‘In 2015 zagen we een stroomversnelling inzake PFAS-methoden’, zegt Jacobs. ‘Toen was er wereldwijd en op Europees vlak een initiatief om de stoffen zo veel mogelijk aan banden te leggen en dus maximaal uit het milieu te weren. Enkele van de methodes die we nu hebben werden toen ontwikkeld.’

Het probleem met PFAS is dat de familie zo groot is: momenteel telt ze zowat zesduizend verschillende stoffen en die kunnen niet allemaal met één enkele analysemethode worden gemeten. Zo’n methode hangt bovendien af van het medium waarin de stof wordt opgespoord. VITO startte in het najaar van 2021 ook met luchtmetingen. ‘We konden zelfs niet wachten tot de methodiek voor luchtmetingen volledig was gevalideerd’, zegt Jacobs. ‘De hoogdringendheid vroeg om snelle data. Door onze aanpak kon de noodzakelijke kwaliteit van de meetgegevens wel worden gewaarborgd, maar verdere validatie is nog nodig.’

PFAS zijn het meest bekend van toepassingen in bijvoorbeeld coatings om producten water-, vet- en vuilafstotend te maken. Daarnaast worden ze in onnoemelijk veel industriële maar ook consumentenproducten gebruikt. Op chemisch vlak zijn PFAS quasi inert, ze reageren dus amper met andere stoffen. Onder meer daardoor zijn ze zo persistent in het milieu. Inert wil echter niet zeggen onschadelijk.

Nood aan meer algemene screening

Wat de gezondheidseffecten van PFAS voor de mens precies zijn, is nog niet helemaal duidelijk, maar in diverse studies worden ze gelinkt aan kwalijke effecten zoals een verstoorde hormoonbalans of een verhoogd risico op kanker. ‘Het probleem is dat veel PFAS ingrijpen op receptoren in ons lichaam die verbonden zijn met vitale functies’, zegt Stefan Voorspoels van VITO. ‘De effecten kunnen elkaar daardoor versterken, en dus mogen we lage concentraties van een bepaalde PFAS-component in het milieu niet zomaar weg relativeren. En dat betekent dus dat we ze allemaal apart moeten opsporen. Een gigantische klus met de huidige stand van de technologie.’ Daarom doet VITO onderzoek naar nieuwe methoden voor verschillende PFAS tegelijk, zowel in bodem, water en lucht als in de mens. ‘We willen evolueren naar een algemene screening die een betekenisvol totaalbeeld oplevert’, zegt Voorspoels. ‘Daarvoor moeten we van de zesduizend PFAS er zo veel mogelijk proberen tegelijk te detecteren. Dit kan met methoden die enerzijds de totaalbelasting aan PFAS in kaart brengen en die anderzijds ook detailinfo kunnen opleveren voor bepaalde PFAS-componenten die speciale aandacht vereisen. De technologie, expertise en ideeën hoe we dit wetenschappelijk kunnen klaarspelen, staan klaar.

Meten is weten, maar meten kost ook geld. Voorspoels: ‘Als we willen weten in welke mate bepaalde stoffen voorkomen in ons milieu, en hoe ze zijn verspreid, kunnen we ons niet zomaar baseren op bijvoorbeeld literatuurstudies uit het buitenland die we dan extrapoleren naar Vlaanderen.

De groene evolutie - grote verantwoordelijkheid voor industrie

We moeten ook zelf monitoren, continu en grondig, en zeker ook als de vervuiling níet in het nieuws zit. Dat heeft de crisis met de PFAS-vervuiling nu wel aangetoond.’ Maar de groene evolutie is zeker al aan de gang. 
‘Ook bij de industrie ligt een grote verantwoordelijkheid. We werken nu al samen met heel wat bedrijven die technologie hebben ontwikkeld en uitgerold om de lozing van schadelijke stoffen terug te dringen. We helpen hen om enerzijds de efficiëntie en performantie van hun systeem te monitoren maar anderzijds ook met het opsporen van probleemcomponenten waarvan ze zelf nog geen weet hebben. Dit is helaas nog geen algmeen gangbare praktijk, maar we zien toch dat sommige bedrijven op deze manier toekomstige problemen in de kiem willen smoren.’

VITO ontwikkelt methoden, transfereert ze naar de routine-laboratoria en controleert de kwaliteit van de uitvoering ervan via het systeem van erkenningen. De effectieve controlerende milieumetingen gebeuren niet door VITO’, zegt Voorspoels. ‘Uiteindelijk bepaalt het beleid wat allemaal moet worden onderzocht en gemonitord’, voegt Jacobs toe.’ 

VITO vervult een proactieve rol

We doen meer dan alleen de meetresultaten overhandigen. Als ons iets bijzonders is opgevallen, dan melden we dit en vragen we aan de klant of we dit verder mogen onderzoeken. Dat is onze wetenschappelijke houding.’ Die houding onderscheidt VITO van andere labo’s die zich routineus in de markt zetten. Voorspoels: ‘We zijn niet gebonden aan één methode en kunnen snel wijzigingen doorvoeren als de monsters dat zouden vereisen. Dat is bij routinelaboratoria vaak minder evident. Daardoor zijn we beter in staat om bijvoorbeeld onverwachte zaken te detecteren. Daarnaast gaan we altijd eerst in gesprek met de klant en polsen we naar zijn verwachtingen. Die proactieve houding kan ook nuttig zijn in ons werk voor de overheid.’

Expertennetwerk

VITO is ook al jarenlang adviserend lid van internationale organisaties en expertennetwerken zoals CEN en het Norman Network. ‘Daardoor hebben we een goed zicht op wat er aan het front gebeurt. Zo horen we bijvoorbeeld heel snel voor welke nieuwe verontrustende stoffen we dringend meer aandacht moeten hebben’, aldus Jacobs. Hierdoor kan VITO slagvaardig optreden in de monitoring van het Vlaamse milieu en als partner van bedrijven met een groen hart die milieuproblemen willen oplossen voor ze ontstaan.

Contact:
+32 14 33 50 21