Urban Sprawl verander je niet van vandaag op morgen. Het gaat over het Vlaanderen dat we achterlaten voor onze kinderen en kleinkinderen in 2050. Zij zullen de vruchten plukken of de kosten dragen van het beleid dat we vandaag voeren.

De maatschappelijke kosten voor infrastructuur, mobiliteit en open ruimte liggen een stuk hoger buiten de gebieden met stedelijke kenmerken. Dat blijkt uit een studie die het Departement Omgeving van de Vlaamse overheid met ondersteuning van VITO uitvoerde naar de graad van verspreide bebouwing in Vlaanderen en de daaraan verbonden maatschappelijke kosten. Uit de kosten-batenanalyse naar aanleiding van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, bleek al dat business as usual het duurste scenario is. De nieuwe cijfers tonen nu ook aan dat de maatschappelijke kosten van een verdere versnippering voor mobiliteit, infrastructuur en open ruimte, zeer hoog zullen zijn.

Opbouw van de studie

In de studie ‘Monetariseren van de impact van urban sprawl in Vlaanderen’ werd de ruimtelijke typologie van Vlaanderen in kaart gebracht door enerzijds Europese rekenmethodes te verfijnen op maat van Vlaanderen en anderzijds deze te combineren met gedetailleerde informatie over de spreiding van de bevolking en tewerkstelling in Vlaanderen. Dit resulteerde in vier types ruimtelijke structuren die in de Vlaamse ruimte onderscheiden kunnen worden:

  • Stadskernen en gebieden met stedelijke kenmerken
  • Dorpskernen en stadsranden
  • Verkavelingen en linten
  • Verspreide bebouwing

Op basis van literatuurstudie werden globaal de kosten en baten verkend van heel wat thema’s: infrastructuur, transport en mobiliteit, publieke dienstverlening,  gezondheid, sociale effecten, energie-infrastructuur, economische ontwikkeling en behoud van open ruimte.

De studie becijferde drie thema’s meer in detail: infrastructuur, mobiliteit en open ruimte. De keuze voor deze thema’s is gebaseerd op de beschikbaarheid van voldoende data en de relevantie van de kosten in relatie tot de verspreidingsgraad van de bebouwing.

Belangrijkste conclusies van het onderzoek

De evolutie van kosten voor de onderzochte thema’s tonen een duidelijke trend aan: hoe verspreider de bebouwing, hoe hoger de maatschappelijke kosten.

  1. Bij verspreide bebouwing is er 10 keer meer infrastructuur nodig per gebouw dan in een stadskern. Daardoor ligt de kostprijs om infrastructuur te voorzien per gebouw er 7 keer hoger. Leidingen in stedelijke gebieden zijn iets duurder, daardoor is het totale effect van de kosten bij verspreide bebouwing lager.
  2. Buiten de stadskern gebruiken mensen vaker en over een langere afstand de auto. De maatschappelijke kost van mobiliteit per huishouden is daar dubbel zo groot in verspreide bebouwing dan in stadskernen.
  3. In verspreide bebouwing is er ongeveer 4,5 keer meer verharding per gebouw dan in de stadskern. Dit verlies van open ruimte zorgt ook voor een verlies aan ecosysteemdiensten dat 4,5 keer groter is.

Ruimtemodel Vlaanderen van VITO

Dankzij het RuimteModel Vlaanderen dat VITO ontwikkelt, werden ruimtelijk expliciete toekomstscenario’s opgemaakt die toelaten om te simuleren hoe de Vlaamse ruimte verwacht wordt te evolueren wanneer huidige trends aanhouden (6ha/dag bijkomend ruimtebeslag) versus wanneer ingezet wordt op het verhogen van het ruimtelijk rendement op de plaatsen die vandaag de sterkste ontwikkelingskansen hebben (op basis van knooppuntwaarde en voorzieningenniveau). Voor zowel infrastructuur, mobiliteit als open ruimte wordt vastgesteld dat toekomstige ontwikkelingen concentreren in de goed gelegen gebieden, grote maatschappelijke baten oplevert. Hoe sterker de beleidsambities, hoe hoger de baten.

De urgentie is van die aard dat wachten niet wenselijk is. Urban Sprawl verander je niet van vandaag op morgen. Het gaat over het Vlaanderen dat we achterlaten voor onze kinderen en kleinkinderen in 2050. Zij zullen de vruchten plukken of de kosten dragen van het beleid dat we vandaag voeren.

Verspreide bebouwing: Vlaanderen versus Europa

In vergelijking met andere Europese landen, heeft Vlaanderen weinig open ruimte en is de verstedelijking over het hele grondgebied verspreid. Dat blijkt ook uit het ruimtebeslag dat met 33% tot de grootste van Europa behoort.

Verdere evolutie

Tegen 2050 verwachten we een verdere aangroei van de bevolking. Als we aan die groei een plaats geven volgens het huidige systeem, betekent dit dat de ruimte verder zal versnipperen en de maatschappelijke kosten de hoogte inschieten. De berekeningen voor de drie thema’s tonen een jaarlijks aanzienlijke meerkost wanneer we verlies en versnippering van open ruimte nu niet terugdringen.

Wanneer we daarentegen via strategische acties binnen het ruimtelijk beleid het terugdringen van versnippering kunnen stimuleren en daardoor ook meer open ruimte vrijwaren, ontstaan er baten in de vorm van uitgespaarde kosten.

Een inschatting van de potentiële baten werd gemaakt voor twee scenario’s: één met een terugdringing van de inname van open ruimte en één ambitieuzer scenario met zelfs een teruggave van open ruimte (ontharding).Voor elk thema zien we de baten sterk stijgen naarmate we verlies en versnippering van open ruimte tegengaan. Tegen 2050:

  • Voor infrastructuur kan het terugdringen van openruimte inname voor 250 miljoen euro baten per jaar opleveren. Open ruimte teruggeven levert potentieel zelfs 380 miljoen euro per jaar op.
  • Voor mobiliteit evolueren deze baten van 1.000 tot 2.000 miljoen euro per jaar.
  • Voor ecosysteemdiensten evolueren deze baten van 250 tot 400 miljoen euro per jaar.

Maar behalve het voordeel van niet gemaakte maatschappelijke kosten, zal het terugdringen nog andere voordelen opleveren zoals meer ruimte voor hernieuwbare energie, minder luchtvervuiling en meer mogelijkheden voor een goed openbaar vervoer.

De volledige studie, de infographics en een video zijn te vinden op www.ruimtevlaanderen.be/NL/Diensten/Onderzoek/Studies

Meer info

Brigitte Borgmans
Woordvoerder Departement Omgeving
T 02 553 62 68  |  M 0473 73 28 30
brigitte.borgmans@vlaanderen.be